Categorie archieven: Geen categorie

Eerste resultaten van de James Webb Space Telescope: exoplaneten en hun ontstaan

Van de lezing is een video opname gemaakt en zichtbaar via youtube. Helaas is een stukje van het videoscherm aan de bovenkant niet meegenomen.

Samenvatting.

De James Webb Space Telescope (kort genoemd: Webb) is op 25 december 2021 gelanceerd met eenAriane 5 raket vanuit Frans Guyana. Webb is daarna in een baan om de zon gebracht op ongeveer 1.5 miljoen kilometer van de Aarde. Sinds juli van 2022 wordt een waarneemprogramma uitgevoerd.
Ongestoord door de nabijheid van de Aarde of de Maan levert Webb ongekend scherpe beelden van het heelal. De 6.5 meter grote spiegel maakt Webb zeer gevoelig voor zwakke signalen. Daardoor is het voor het eerst mogelijk naar de eerste generaties sterren te kijken die zijn gevormd kort na het ontstaan van het heelal.

Dichter bij huis maakt Webb opnames van de wolken van gas en stof waaruit nieuwe sterren worden geboren, en kan Webb ook in de directe omgeving van jonge sterren op zoek gaan naar water, koolstof en andere elementen die nodig zijn voor het ontstaan van leven.

Webb heeft dankzij de gevoelige spectrografen ook voor het eerst een nauwkeurige analyse kunnen maken van de samenstelling van de atmosferen van planeten bij andere sterren – de exoplaneten. In het eerste halfjaar van waarnemingen heeft Webb de hoge verwachtingen volledig waargemaakt – en we staan pas aan het begin van een prachtige periode van oogsten!

Aardwarmte in de ondergrond van Nederland

Samenvatting

Aardwarmte of geothermie is een natuurlijke hulpbron in de diepe Nederlandse ondergrond die een belangrijke bijdrage kan leveren aan de energie mix van de toekomst. Met name in de voorziening van duurzame warmte voor laagwaardige warmte toepassing zoals verwarming van kassen en gebouwde omgeving. Gemiddeld genomen wordt het in de Nederlandse ondergrond 31 graden warmer per kilometer de diepte in. Je kan dus een redelijke schatting maken hoe diep je moet boren om gesteenten 80 graden warm aan te treffen. Om de warmte te “oogsten” heb je een energie/warmtedrager nodig en dat is, in de geothermie, water. Dit water zit opgesloten in een gesteentelaag. Als die gesteentelaag poreus en doorlatend is kan dit geothermische water gewonnen worden. Vervolgens kan bovengronds de warmte onttrokken worden en daarna weer terug gevoerd worden in dezelfde gesteentelaag in de diepe ondergrond. In Nederland zijn inmiddels 27 geothermische productie systemen gerealiseerd. Het afgelopen jaar 2021 is er 6,3 PJ aan warmte geproduceerd hetgeen equivalent is aan 176 miljoen m3 gas. De vraag is waar is de ondergrond van Nederland geschikt voor uitbreiding van aardwarmte-winning en hoe kan dat efficiënt, doelmatig en veilig aangepakt worden.

In de presentatie zal ik een indruk geven van de ontwikkeling van de geothermie de vanaf het moment van de realisatie van het eerste geothermische systeem in 2007 tot nu. Dit op basis van de dossiers die de afgelopen 15 jaar over mijn bureau zijn gekomen en waar ik samen met vele anderen aan heb mogen bijdragen. Onderwerpen die de revue zullen passeren zijn: geowetenschappelijke ondergrond evaluaties gefocussed op geothermie, mijnbouwvergunningen aardwarmte, exploratierisico-garantiefonds, SDE subsidie, geothermische plays, ThermoGis, geothermisch potentieel en de classificatie daarvan, voorlichting, gegevens verzamelen, verwerken & vrijgeven, en bodembeweging. Dit alles in het licht van de ambities om geothermie een belangrijke hulpbron te laten zijn in de warmtevoorziening van Nederland.

Een mogelijkheid voor voorbereiding is even door een overzichtsartikel over de geothermie in Nederland te bladeren (Introduction to the geothermal play and reservoir geology of the Netherlands | Netherlands Journal of Geosciences | Cambridge Core).

Over onze spreker:

Harmen Mijnlieff is geoloog bij de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO. Zijn huidige taak is het ondersteunen en adviseren van het Ministerie van Economische zaken, vanuit een onafhankelijke, toegepast wetenschappelijke optiek, op alle ondergrond- gerelateerde beleidsvraagstukken, aanvragen en onderwerpen die onder de mijnbouwwet vallen of voortkomen uit stimuleringsmaatregelen voor de winning van delfstoffen en aardwarmte. Hij is opgeleid als sedimentoloog / structureel geoloog op de Universiteit van Utrecht. Daarna is hij ruim 5 jaar werkzaam geweest in de olie en gas consultancy alwaar petrografie, kernbeschrijven en regionale sedimentologische studies tot de kerntaken behoorden. Vervolgens is hij overgestapt naar de Rijks Geologische Dienst, die later in TNO is opgegaan, alwaar de mijnbouwwet-gerelateerde advisering van EZK begon met de evaluatie van vergunningaanvragen en de evaluatie van de Nederlandse prospective aardgas resources. Voor informatie over de geologische Dienst Nederland zie https://www.geologischedienst.nl/

31/10/2022 NWG Assen

Rivieren en waterbeheer in Nederland

Lezing 3 oktober 2022 door Pol Hakstege

Alle slides van de presentatie

Rivieren zijn de levensaders voor de mens en de natuur en modelleren het landschap. De Nederlandse delta is gevormd door sedimenten aangevoerd door de Rijn, Maas, Schelde en Eems en de Noordzee en is sterk aangepast door menselijk ingrijpen.

Vanaf de Vroege Middeleeuwen begon de mens met de ontginning van dit moerasgebied, waarvoor afwatering en bedijking nodig was, later volgde ook het afgraven van veen voor gebruik als brandstof. De onbedoelde effecten hiervan waren inklinking en afbraak van veen, waardoor de bodem steeds verder daalde. Hierdoor ontstond een laaggelegen rivierengebied met dijken in een slechte toestand, kwetsbaar voor overstromingen. Voor een betere verdeling van het water over de Rijntakken is het Pannerdens kanaal gegraven in 1707. Verder zijn vele dammen, sluizen, stuwen en pompgemalen aangelegd in onze rivieren voor de verdeling van het water.

Voor de bescherming tegen overstromingen en de bevordering van de scheepvaart en landbouw zijn de rivieren gereguleerd, d.w.z. aangepast door kanalisatie, bochtafsnijding, bedijking, oeverbestorting en de aanleg van stuwen. Deze regulering had ook negatieve effecten b.v. op de ecologie.

De rivieren vervullen ook een sleutelrol voor andere functies, zoals natuur, watervoorziening, stedelijke ontwikkeling en recreatie. Integraal waterbeheer is het credo, maar is ook gecompliceerd omdat de eisen voor de verschillende functies deels conflicterend kunnen zijn.

Sinds de jaren 70-80 is de waterkwaliteit van onze rivieren zowel chemisch als ecologisch sterk verbeterd door de aanpak van de bronnen van vervuiling en ecologische maatregelen, zoals vispassages en natuurvriendelijke oevers. De Europese Kaderrichtlijn water (KRW) is erop gericht om de waterkwaliteit verder te verbeteren, zodat de wateren uiterlijk in 2027 voldoen aan de gestelde eisen. In een deel van onze regionale wateren zijn er nog te hoge gehalten van o.a. stikstof en fosfor, gerelateerd aan onder meer de landbouw. Verder zijn er nieuwe verontreinigingen zoals PFAS, medicijnresten en aanvoer van verontreinigingen uit het buitenland. Voor de Rijkswateren lijken de doelen van de KRW wel haalbaar in 2027.

Door de toenemende verstedelijking in de 20e eeuw werden de rivieren meer ingesnoerd en was er steeds minder ruimte voor de rivierafvoer bij hoog water. In 1993 en 1995 ging het bijna mis langs de Rijn en de Maas en was er een grootscheepse evacuatie nodig. Naast de noodzaak om de dijken te verbeteren, ontstond toen het besef dat waar mogelijk de rivier meer ruimte moet worden geboden om het water veilig te kunnen afvoeren. Deze omslag in het waterbeheer leidde tot het programma Ruimte voor de Rivier voor de Rijntakken, terwijl voor de Maas de Maaswerken werden uitgevoerd.

Naast bodemdaling en verstedelijking doen de effecten van klimaatsverandering zich steeds meer voelen, zoals in de zomer van 2021 bleek bij de wateroverlast in Limburg. Dankzij de maatregelen uitgevoerd in het kader van de Maaswerken ging het langs de Maas nog maar net goed, maar extreem hoog water op de Geul leidde tot overstromingen bij Valkenburg. Dit was een wake-up call om het waterbeheer te blijven aanpassen aan de effecten van klimaatsverandering ook voor de kleine rivieren en beken.

Het gaat hierbij om meer extreme afvoeren van rivierwater door heviger en vaker optredende regenbuien, afgewisseld met perioden van droogte en lage afvoer, zoals deze zomer. Droogte leidt tot problemen voor het vervoer over water, de beschikbaarheid van oppervlaktewater voor de landbouw en natuur en schade door verzilting. Voor de afvoer van de Rijn is ook van belang de afname van gletsjers in de Alpen door opwarming van de aarde.

Voor het waterbeheer op de hoge zandgronden, zoals in Drenthe, is het beleid erop gericht om het water langer vast te houden in de bodem en het stelsel van beken zoveel mogelijk natuurlijk in te richten.

Door de toenemende verzilting en de vaker voorkomende perioden van droogte zijn maatregelen nodig om ook in de toekomst te kunnen beschikken over voldoende zoet water en scheepvaart mogelijk te maken bij lage afvoeren.

In het benedenrivieren gebied zijn ook de versnelde zeespiegelstijging en de meer frequent voorkomende en meer extreme stormvloeden van belang. De zeldzame combinatie van hoge rivierafvoeren met stormvloed op zee kan leiden tot nog hogere waterstanden. Het is essentieel om ook de ruimtelijke inrichting van ons land af te stemmen op deze wateropgaven.

Het werk aan onze delta is nooit afgelopen, en dient steeds de worden afgestemd op nieuwe inzichten. Vanaf 2010 wordt dit gecoördineerd in het Deltaprogramma met als doel de inrichting van Nederland, in 2050 en daarna, klimaatbestendig te maken met voldoende waterveiligheid en waterzekerheid.

Foto’s van de excursie 2022 over het Kwartair van Drenthe

Met dank aan de foto’s gemaakt door Stance Dijk.

[gallery_master source_type=”gallery” id=”15″ layout_type=”masonry_layout” alignment=”left” lightbox_type=”foo_box_free_edition” order_images_by=”sort_asc” sort_images_by=”sort_order” gallery_title=”show” gallery_description=”show” thumbnail_title=”show” thumbnail_description=”show” filters=”disable” lazy_load=”disable” search_box=”disable” order_by=”disable” columns=”4″ page_navigation=”disable” animation_effects=”fadeIn” special_effects=”none”][/gallery_master]

Inschrijfformulier excursie Geologie van Drenthe (17 mei)

Uitgebreid informatie pakket over de Geologie van Drenthe

Het maximum aantal deelnemers voor deze excursie is beperkt tot 40. De volgorde van inschrijving wordt gehanteerd als selectie criterium. De kosten (met name bus, lunchmaaltijd en entree hunebed-centrum) bedragen:  € 45,- per persoon.

Zodra de definitieve lijst bekend is, krijgt u bericht en wordt u verzocht uw financiele bijdrage over te maken.

Excursie Geologie van Drenthe

Programma excursie op dinsdag 17 mei 2022

Uitgebreid informatie pakket over de Geologie van Drenthe

• 8.30 u Verzamelen bij De Bonte Wever

• 9.00 u Met bus naar:   Excursiepunt 1: “Stuwwal Havelterberg; parkeren op parkeerplaats 100m ten noorden van theehuis ’t Hunebed. (45 km; 1 u reistijd)

• 10.00-11.00 u stuwwal complex Havelterberg

• 11.00 u -11.45u koffie / lunch stop  in theehuis ’t Hunebed

• 12.00u Met bus naar Excursiepunt 2: Hunebed centrum Borger  (63 km; 1.00u reistijd)

• 13.00-14.00 u Lunch in het Hunebed centrum

• 14.00-15.30 u Inleiding zwerfstenen en rondleiding stenentuin (Harrie Huisman)

• 15.45 u Met bus naar Loon  Excursiepunt 3: Pingo ruïne “Taarloose veentje” bij Loon (18 km, 30 min reistijd)

• 16.15- 17.30 u Inleiding en daarna wandeling rondom Pingo ruïne

• 17.45-18.00 u terug naar De Bonte Wever
—————————

Klimaatsveranderingen in poolgebieden

Korte samenvatting 5e lezing NWG Assen

Klimaatsveranderingen in poolgebieden Em. Prof.dr Louwrens Hacquebord.

In de poolgebieden voltrekt zich momenteel een van de snelste en meest dramatische klimaatverandering op aarde. De temperatuur loopt snel op. Wel twee tot drie keer zo snel als elders op de aardbol. Overal in het poolgebied zien we daarvan de gevolgen. IJskappen nemen in omvang af, gletsjers smelten, de oppervlakte van het zee-ijs vermindert bijna ieder jaar en de permanent bevroren bodem ontdooit. Deze veranderingen hebben enorme lokale consequenties. Flora en fauna veranderen. Inheemse planten en dieren hebben het moeilijk en nieuwe planten en dieren verschijnen. Het aantal bosbranden neemt toe en de lokale bevolking wordt in toenemende mate gedwongen om te zien naar andere middelen van bestaan.
Mondiaal zorgt de temperatuurverhoging en het smeltwater van de ijskappen voor een zeespiegelstijging die veel dichtbevolkte kustgebieden op aarde bedreigt. De temperatuurverhoging van het water van de oceanen intensiveert bovendien de orkanen en heeft daardoor een grotere verwoestende kracht.

Emeritus Prof.dr Louwrens Hacquebord, Rijksuniversiteit Groningen was als Fysisch Geograaf en Archeoloog een groot deel van zijn carrière in beide poolgebieden actief. Bijna veertig jaar deed hij onderzoek naar de gevolgen van de klimaatveranderingen in het poolgebied en was hij betrokken bij onderzoeksprojecten van internationale wetenschapsorganisaties als Internationale Arctic Science Committee (IASC) en Scientific Committee Antarctic Research (SCAR). Hacquebord is bovendien auteur van meerdere boeken over de poolgebieden.

slides: Energie uit biomassa

[gallery_master source_type=”gallery” id=”13″ layout_type=”masonry_layout” alignment=”left” lightbox_type=”foo_box_free_edition” order_images_by=”sort_asc” sort_images_by=”sort_order” gallery_title=”show” gallery_description=”show” thumbnail_title=”show” thumbnail_description=”show” filters=”disable” lazy_load=”disable” search_box=”disable” order_by=”disable” columns=”4″ page_navigation=”disable” animation_effects=”fadeIn” special_effects=”none”][/gallery_master]

Info Martien Visser

B.Informatie over de spreker van 14 februari: dr. ir. B. M. Visser

Martien Visser (1958) is werkzaam bij Gasunie als Manager Corporate Strategy. Hij heeft Technische Natuurkunde gestudeerd aan de Technische Universiteit Eindhoven en is later in de avonduren aan de TU Delft gepromoveerd op een proefschrift over de inzet van steenkool voor elektriciteitsproductie. Martien is zijn loopbaan begonnen in de windenergie. Later werkte hij bij de International Flame Research Foundation in IJmuiden. Sinds 1992 is hij in dienst van Gasunie waar hij diverse functies op technisch en economisch gebied heeft bekleed.

Martien is Fellow bij het Clingendael International Energy Programme (CIEP). Zijn lectoraat Energietransitie aan de Hanzehogeschool omvat de leeropdracht Energietransitie & Netwerken.

De presentatie gaat over de rol van biomassa in het energiespectrum.