De opmars van de kunstmatige intelligentie

door: Prof. Dr.N.Taatgen
 
Kunstmatige Intelligentie bestaat al ongeveer even lang als de informatica. De ontwikkeling van de eerste computers wierp immers direct de vraag op of deze computers in staat waren om zelf te denken. Omdat in die tijd (halverwege de vorige eeuw) de theorieën over menselijk denken nogal symplistisch waren dacht men toen dat dit geen al te lastig probleem zou moeten zijn. Intussen weten we beter. 
In de begintijd van kunstmatige intelligentie werd veel aan knowledge engineering gedaan: kennis van menselijke experts werd nauwkeurig in kaart gebracht en in computerprogramma’s gecodeerd. Dit bleek niet zo goed te werken. De moderne, en veel meer succesvolle methode is om computerprogramma’s zelf te laten leren. Dit is nu mogelijk door de grote beschikbaarheid van data en rekenkracht, en leidt tot spectaculaire resultaten in beeldherkenning, taalverwerking en het winnen van wereldkampioenschappen in Go en Poker. 
Maar zal een kunstmatig intelligente computer of robot even slim worden als een mens? Hier komt meer bij kijken dan alleen een systeem dat heel goed is in een specifiek probleem. Mensen zijn juist heel goed in het vinden van creatieve oplossingen voor problemen die ze nog nooit eerder hebben gezien. Om computers zover te krijgen moeten er nog aardig wat puzzels worden opgelost. Misschien moeten we hiervoor computers bouwen die meer lijken op de menselijke hersenen, of computers bouwen die over een langere termijn kennis en vaardigheden opdoen.
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.